|
Dromen van Johanna
Ernst Jansz: “Bob Dylan heeft mij door de jaren heen
geďnspireerd. Al van jongs af aan ben ik een bewonderaar. Ik snapte
niets van de teksten, maar dat maakte niets uit. Dylan's teksten
hebben een soort schoonheid die je niet kunt verklaren. Hij was de
eerste die poëzie en popmuziek bij elkaar bracht. Maar niet alleen
in zijn teksten, ook in muzikaal opzicht was Dylan een pionier. Bij
mijn solo-cd’s De Overkant en Molenbeekstraat heb ik me, meer dan
bij Doe Maar, op de teksten gericht en daarbij heeft Dylan zeker
weer een rol gespeeld. Op Molenbeekstraat staat bijvoorbeeld
Huiswaarts, het eerste nummer dat ik van Dylan vertaald heb. Toen
mijn zus dat hoorde zei ze: 'daar moet je meer mee doen'.
Uiteindelijk heb ik in twaalf maanden tijd twaalf liedjes vertaald.
Het zijn de nummers, die ik zelf altijd het mooist heb gevonden. Die
me het meeste raakten. Eigenlijk was ik er bij de meeste nummers van
overtuigd dat ze niet te vertalen waren. Het heeft heel wat gepuzzel
gekost en ik heb me in alle uithoeken van de Nederlandse taal moeten
begeven, maar uiteindelijk merkte ik dat het toch lukte. Het hele
proces van vertalen, de worsteling, de twijfels, het zoeken naar
woorden en betekenis, de verhalen die ik achter de liedjes
vermoedde, daarover heb ik een uitgebreide briefwisseling gevoerd
met mijn beste vriend Huib Schreurs. Uit de brieven die ik hem
schreef lees ik voor tussen de nummers door.”
Fotografie: Hugo Rikken.
|