| De Sylfides zo denk ik soms met heimwee terug dankbaar ben ik haar nog steeds voor een lied op mijn gitaar was ik dronken van haar wijn dit liedje is voor hen applaus, sukses, de geur van geld, voor de lippen die mij kusten was ik dronken van haar wijn |
| Ja, ik heb ze gekend, de sylfides uit mijn jeugd. Zij kwamen en gingen, lichtvoetig en ijl als de nevel. Toch lieten zij ieder een spoor na in mijn herinnering. De klank van een naam, een vage geur van ver verlangen, een rilling bij het horen van een lied. Wat is er van hen geworden, die ik even mocht aanraken, een ogenblik in de eeuwigheid? Wat is er van mij geworden, die hen liefhad? Want, meneer, liefde was het. |