| Isis waar ben je geweest mijn jongen toen je wegging deze morgen en je mooiste jongensdromen en je ging met groot verlangen
maar wie er niet kan drijven zo hebben wij gevochten onze dromen zijn verloren kom en laat je hoofd maar rusten |
|
| Hier is het einde van de reis: de terugkeer naar de moederschoot, althans, zo lijkt het mij nu. Ik heb een lied willen schrijven voor mijn overleden vader. Ik wilde hem, als de moederfiguur die ik eens voor hem geweest ben, in de armen sluiten aan het einde van de reis die zijn leven was. Het leek mij een mooi en troostend beeld. Pas na het schrijven van 'Molenbeekstraat', heb ik ontdekt, dat ikzelf het ventje ben, dat met een koffer vol jongensdromen van huis gaat en na een leven van omzwervingen terugkeert in de armen van zijn moeder, ook al is zij inmiddels overleden. Sommige dingen worden pas na jaren duidelijk. Jan Hendriks componeerde het prachtige instrumentale intermezzo, waarmee het lied ook eindigt. De tweede stem wordt gezongen door Jaloe Maat, de moeder van mijn eigen kinderen. |
|