| Telkens weer nu lig je naast me en je slaapt ik weet dat ik nog jaren telkens weer nu lig je naast me en je slaapt |
Zo was er eens een meisje dat Els Beukeboom heette. Zij was net zo mooi als haar naam. Zij versierde mij toen ik met de Slumberland Band, 1976, optrad in het Sectorpark in Ouderkerk. Terwijl de rest van de band na het optreden de installatie in de bus sjouwde, vree zij met mij in de bosjes. Ze zei dat ze zeventien was, maar vertelde mij later dat dat een leugen was geweest. Het is haar kamer die ik heb willen beschrijven in een lied. Toen Boudewijn de Groot mij vroeg of ik nog teksten had, heb ik hem deze gegeven en hij heeft er Telkens weer van gemaakt. Hij schreef zelf het refrein, een geval van het zeldzame, zogenaamde eenmalige refrein: Telkens weer denk ik aan je ogen bij het afscheid, maar gaf mij er de credits van. Zo is hij. Die zinnen dus zeggen meer over hem dan over mij. Het nummer verscheen op zijn LP Van een Afstand. Voor mijn eigen CD heb ik een andere bewerking gemaakt. Maar het refrein is gebleven. |