Foto: Roy Tee
ERNST JANSZ

"Ik wil stilte laten horen"

Tekst Ann Bouwma
Foto Roy Tee

Verdwaald zeker, moet de clientèle van het dorpscafé in Neerkant hebben gedacht, toen daar bij een openbare veiling van onroerend goed in 1969 een paar langharige types aan de tap zaten. Maar nadat de laatste hamerslag van de veilingmeester was neergedaald, bleken zij de trotse bezitter van een boerderij in De Peel.

Ze maakten deel uit van het folkgezelschap CCC Inc., dat uit de randstad steeds verder naar het zuiden was afgezakt op zoek naar een geschikte oefenruimte. Nog diezelfde winter trokken ze er met vrouwen en kinderen in: Huib Schreurs, Jaap van Beusekom, Joost Belinfante, Jan Kloos en Ernst Jansz. Een rockcommune was geboren. "In die hele grote boerderij stond maar één kachel", zegt Jansz, "daar zaten we dan met zijn allen omheen. We dachten dat we in een sprookje terecht waren gekomen."

‘De hippies’ werden ze in het dorp genoemd. Een nieuw prototype, dat eind jaren zestig lang niet overal welkom was. Jansz herinnert zich de relletjes in Amsterdam, de ban-de-bom tijd, demonstraties tegen de Vietnam-oorlog, de Maagdenhuis-bezetting, de eerste provo-acties. "Ik stond overal met mijn neus bovenop, zag mensen letterlijk de tegels uit de stoep lichten."

CCC Inc. gaf bij die gelegenheden vaak benefiet-concerten, uit een gevoel van betrokkenheid. De vader van Joost was rector magnificus aan de universiteit in Amsterdam, zodat de groep steeds met twee kanten van de zaak werd geconfronteerd. Rond de kachel in De Peel werd dan ook hevig gediscussiëerd, met Ernst Jansz als de meest uitgesproken linkse rakker. "Wij dachten echt dat wij de wereld konden verbeteren".

Daar kregen ze alle ruimte voor. CCC Inc., de band die weergaloos swingde zonder dat er een ritme-sectie aan te pas kwam, mocht als enige Nederlandse groep op het legendarische Kralingen-festival spelen in de zomer van 1970. "Honderduizend hippies bij elkaar", lacht Jansz, "dat was wel indrukwekkend, zo´n veld vol haar".

Van de agressie in Amsterdam was op het platteland overigens weinig te merken. "Wij waren een bezienswaardigheid. Mensen kwamen op zondag naar ons kijken, dan hielden wij open dag. Er lagen overal matrassen met kleedjes erover. Daar gingen ze dan op zitten, kregen een kopje thee en stapten na een kwartiertje weer op. Ze vonden ons knettergek, maar niet onaardig."

De tolerante houding van de dorpelingen is voor Jansz een reden geweest om in Neerkant te blijven wonen, terwijl de anderen na het uiteenvallen van CCC Inc. in 1974 weer uitzwierven. "Ik voel me meer Brabander dan Amsterdammer", zegt hij. "Ik houd heel erg van de manier van leven hier. Bourgondisch. Leven en laten leven, als je maar op tijd biecht. Die katholieke rituelen vind ik prachtig."

Door de jaren heen hielden de vijf muzikanten contact, ‘om te roddelen en te filosoferen’, maar ook om muziek te maken. Van opnames tijdens zulke sessies verscheen in 1990 het album ‘Speed & Intensity’ en in 1995 ging de groep zelfs op tournee voor tien concerten. Van latere sessies verscheen onlangs het album ‘Jan’, een hommage aan de in 1998 aan kanker overleden gitarist Jan Kloos.

"Jan was de steunpilaar van de band", zegt Jansz. "Als gitarist was hij eigenlijk de enige die liedjes speelde en wij soleerden daar zo´n beetje omheen. Het lag dus voor de hand dat het afgelopen zou zijn. Maar bij de presentatie van ‘Jan’ hebben we met zijn vieren opgetreden en het was ontroerend hoe wij om de stilte van Jan heenspeelden. De ruimte tussen de noten krijgt dan meer betekenis dan de muziek zelf. Dat is misschien wel het mooiste wat we ooit hebben gedaan."

Het was niet alleen CCC Inc. die hem maakte tot wat hij is. De hectische periode van de eerste Doe Maar-fase was zo mogelijk een nog grotere zelf-confrontatie. "Het is zo wezensvreemd als je in zo´n hype terecht komt. Alsof je iemand anders wordt. Ik begon me af te vragen: wat is echt?"

Vragen over zijn indische afkomst – van vaders kant – hielden hem al langer bezig, maar kwamen toen des te urgenter naar boven. In het boek Gideons Droom (1983), dat in eerste instantie helemaal niet voor publicatie was bedoeld, gaat de hoofdpersoon in Indonesië op zoek naar zijn wortels. Hij maakt kennis met de cultuur die zijn vader toebehoorde, maar tegen het eind van het boek concludeert hij: ‘Maar mezelf kon ik niet vinden. De wijze, de dwaas, de dromer.’

"Ja, ja, het was verwarrend", mompelt hij. Het tweede boek De Overkant (1995) handelt over hetzelfde thema en begin vorig jaar, vlak voor de reünie van Doe Maar, verscheen er een album van met ‘kleine liedjes’, die hij in een solo-programma op de planken brengt.

Ernst Jansz, een kind dat tussen twee culturen in viel. "Maar ik val nu niet meer", zegt hij glimlachend. "En het onbegrepen zijn, ach, daar kampt iedereen mee. Het is een strijd, die we allemaal moeten leveren. Ik had alleen een mooi kapstokje om het aan op te hangen."

Door zijn half-indische afkomst is Jansz opgegroeid met waarden en normen, die voor Nederlanders niet vanzelfsprekend zijn, denkt hij. "Een beetje streberig. Ik moest altijd de beste zijn op school. Kijk, Indië was de enige kolonie op de wereld, waar halfbloeden dezelfde status konden verwerven als de blanken. De Nederlanders wilden handel drijven en daarvoor gebruikten ze hun onechte kinderen. Dat hield in dat je als halfbloed moest concurreren met de blanken, die natuurlijk een streepje voor hadden. Maar als je zorgde dat jij beter was, dan kreeg jij de baan."

Het ging natuurlijk om meer dan opvoeding alleen. Vragen als: waar hoor ik bij, waar voel ik me thuis. Geborgenheid. In het verleden was Jansz vaak te gast op de Pasar Malam in Den Haag, waar de geur van batik, oosterse hapjes en het geroddel van Indische tantes hem niet onberoerd lieten.

"Fantastisch!", roept hij enthousiast. "Daar voel ik me beslist thuis. Ik heb Marion Bloem er voor het eerst ontmoet en ik vond het zalig dat we samen zo lekker konden giechelen. Dat herkende ik toen ineens. Het is daarginds een volksaard, een manier van communiceren. Maar in Nederland giechelen mannen niet."

Bij de jongensclub van Doe Maar kon hij deze meisjesachtige hebbelijkheid toch ‘wel een beetje’ introduceren. "In zo’n groep moet je je natuurlijk wel op je gemak kunnen voelen. Zoals je winden mag laten, mag je ook giechelen. Of andere rare dingen doen."

Meisjes versieren? "Nou, er in elk geval over praten". Hij giechelt zowaar. Hij wil toch niet beweren dat alle speculaties over de vrije seksuele moraal van Neerlands populairste groep ooit uit de lucht zijn gegrepen?

"Voor die tijd was het leuk. Maar in Doe Maar waren wij al over de dertig. Dan is het leeftijdsverschil wel erg groot. Voor zo´n meisje betekende ik zo waanzinnig veel meer dan zij waarschijnlijk voor mij zou betekenen. Dat vond ik wel een ernstige handicap. Nee, dat is geen kwestie van geweten. Maar een jong meisje dat enorm tegen jou opkijkt, daar is geen lol aan."

Van opdringerige fans heeft hij nu geen last meer. Wat dat betreft is de reünie hem ontzettend meegevallen. Geen hysterie, geen stalkers. Maar wat hij niet had voorzien, was de psychische belasting. "Ik had verwacht dat het vooral lichamelijk heel zwaar zou worden. Maar de geestelijke druk was vele malen groter."

Doe Maar. De groep zal als zijn grootste verdienste in de geschiedenisboekjes prijken, CCC Inc. hooguit als voetnoot. Zelf ziet hij dat anders. "Het doet misschien nostalgisch aan, maar CCC Inc. is een groot deel van mijn verleden. Ik ben aanwezig geweest bij het overlijden van Jan, dat vergeet ik nooit meer. Dat ik Doe Maar mee mocht maken is natuurlijk fantastisch, maar de confrontatie met de dood van Jan betekende voor mij veel meer."

Ernst Jansz is inmiddels 52 jaar en allang geen hippie meer, zijn ideaal om de mensheid ten goede te kunnen keren, is vervlogen. "Ik word er ziek van. Om elke dag te worden geconfronteerd met al dat verschrikkelijke nieuws. Als je gezond nadenkt, kun je niet anders dan concluderen dat er in de wereld een heel zorgelijke situatie ontstaat."

De krant leest hij niet meer. Struisvogelpolitiek is dat, moet hij erkennen. "Een vorm van machteloosheid, ja, maar ook om mezelf te beschermen. Er komen zoveel indrukken op je af, het is niet voor niets dat de mensen tegenwoordig zo neurotisch zijn. Het komt allemaal keihard je huiskamer binnen. Ik zit liever in De Peel, kijken welke vogels er zijn. Gisteren zag ik nog een paar kraanvogels. Dat is voor mij van onschatbare waarde."

Niet dat hij helemaal niets doet. "Vroeger kon je gewoon in een optocht schreeuwen: weg met Nixon! Dat was makkelijk. Maar hoe zit het nu? Het is niet meer zo eenduidig, het is veel complexer geworden. Ik vind het belangrijk om een soort tegenwicht te geven. Ik wil stilte laten horen."

CCCboerderij.jpg (67299 bytes)
Voor de boerderij in de Peel, samen met enkele leden van Pearls before Swine. 3e van links Jan Kloos
met sigaret, in het midden in het zwart Joost Belinfante en Jaap van Beusekom, Rechts Ernst Jansz.

© Ann Bouwma, tekst
© Roy Tee, foto
Foto CCC: archief E. Jansz

 

[Terug naar inhoud CCC]    [Terug naar Ernst Jansz]