verschenen op
  
De overkant 1999/2009

De sylfides

zo denk ik soms met heimwee terug
aan de sylfides uit mijn jeugd
die voor een volle teug genot
spotten met de eer en deugd

dankbaar ben ik haar nog steeds
zo’n meisje dat, tot niets verplicht,
en zonder woorden, zonder schroom
één nacht in je armen ligt

voor een lied op mijn gitaar
mocht ik alles doen bij haar
gaf ze met een steels gebaar
zwijgend haar geheimen prijs

was ik dronken van haar wijn
schonk ze mij die zoete pijn
die ik nu als liefde ken
nu ik oud en wijzer ben

dit liedje is voor hen
die spotten met de eer en deugd
waarvoor ik nu nog dankbaar ben
de sylfides uit mijn jeugd

applaus, de geur van geld
macht waar iedereen op jaagt
nachten in een duur hotel
ik gaf ze terug, het liefst vandaag

voor de lippen die mij kusten
gisteren voor één enkel lied
en zo de hartstocht in mij blusten
dat doet de hitparade niet

was ik dronken van haar wijn
schonk ze mij die zoete pijn
die ik nu als liefde ken
nu ik oud en wijzer ben

Ja, ik heb ze gekend, de sylfides uit mijn jeugd. Zij kwamen en gingen, lichtvoetig en ijl als de nevel. Toch lieten zij ieder een spoor na in mijn herinnering. De klank van een naam, een vage geur van ver verlangen, een rilling bij het horen van een lied. Wat is er van hen geworden, die ik even mocht aanraken, een ogenblik in de eeuwigheid? Wat is er van mij geworden, die hen liefhad? Want, meneer, liefde was het.