verschenen op

Molenbeekstraat 2006

Dit huis

dit huis heeft hier al lang gestaan
aan het einde van de wegen
dit huis heeft hier al lang gestaan
het kende storm en regen

zo heeft het statig trots en groot
steeds weer onderdak geboden
aan vermoeiden op hun tocht
aan wie er maar een toevlucht zocht

een moeder met haar kind
een man met een viool
een student met idealen
een meisje van plezier
een koning zonder troon
een verteller van verhalen

er staat iemand aan de deur
er staat iemand aan de deur

mijn lief sluit het gordijn
want buiten is het koud
mijn lief sluit het gordijn
en al wat het duister buiten houdt

want ik heb teveel gezien
teveel gezien teveel gehoord
mijn god ik heb er bij gestaan
toen wat ik liefhad werd vermoord

een moeder met haar kind
een man met een viool
een student met idealen
een meisje van plezier
een koning zonder troon
een verteller van verhalen

er staat iemand aan de deur
er staat iemand aan de deur

Toen Marion Bloem, schrijfster, filmmaker en geliefde vriendin mij vroeg een bijdrage te leveren aan haar actie om 26.000 hier al jaren verblijvende asielzoekers alsnog een plaats te geven in onze samenleving, dacht ik in eerste instantie aan ‘Van vaders en geliefden‘, een track van de cd De Overkant. Maar ineens kwam de inspiratie en een half uur later was een nieuw lied geboren. Ik verwoordde erin mijn machteloosheid over het feit, dat voor onze ogen in Nederland de rechtsstaat werd vermoord, terwijl ik tegelijkertijd ook begrip wilde opbrengen voor hen die, gedreven door angst, deuren en ramen gesloten houden.
Toen ik door het Nationaal Comité 4 en 5 mei werd gevraagd om de jaarlijkse lezing te verzorgen, besloot ik enkele passages van het lied toe te voegen. Het was mij wonderlijk te moede, toen ik het spreekgestoelte beklom van de Nieuwe Kerk in Amsterdam om daar, voor koningin en kabinet, mijn lied te zingen.
Oorspronkelijk opgenomen ‘voor het geval dat’, maar op aandringen van vrienden in de studio toegevoegd aan de cd Molenbeekstraat, en wel als eerste nummer. Consequentie was wel dat wat ik eerst als Inleiding van het gelijknamige boek bedoeld had, nu ook ‘Dit huis’ ging heten (ik wilde immers de hoofdstukken van het boek dezelfde titels meegeven als de nummers van de gelijknamige cd). Dat wierp een vreemd licht op de zaak. Aangezien die inleiding mijn geboorte in het huis in de Molenbeekstraat beschrijft, kreeg ‘dit huis’ ook de betekenis van ‘dit lichaam’. En dat wierp, omgekeerd, ook weer een nieuw licht op de tekst van het lied. Zo eindigt de 4 mei lezing met: ‘zijn wij in staat deuren en ramen te ontsluiten die voor eeuwig gesloten leken om zo onze omgeving opnieuw, met open ogen, tegemoet te zien, deze schone en lieve aarde, of houden wij ons huis gesloten, onze ogen en oren dicht, zodat wij niet, nooit meer, zullen zien en horen de mens die voor ons staat en die wij zelf zijn, geweest zijn, zullen zijn, nu, ooit of in de toekomst.’