1948-1966

Ernst Jansz wordt op 24 mei 1948 geboren in de Molenbeekstraat, in de Rivierenbuurt in Amsterdam. Als hij vier jaar is, gaat hij naar de 6e Montessorischool in de Niersstraat en op negenjarige leeftijd krijgt hij zijn eerste pianoles aan de volksmuziekschool in de Dintelstraat.

1957

Op zijn elfde gaat hij weer van les af om zich geheel toe te leggen op zijn grote liefde: Frederic Chopin. Van zijn zakgeld koopt hij diens complete werk en begint te studeren, maar als zijn vader overlijdt (hij is dan 17) laat hij de piano voor wat het is.
Op het Montessorilyceum in Amsterdam krijgt hij Nederlandse les van dichter en criticus Rein Bloem, die hem stimuleert om te gaan schrijven en acteren. Met zijn eerste schoolvriend, Henk Barendregt, de latere Spinozaprijs winnaar, werpt hij zich als een bezetene op hun gemeenschappelijke liefde: de wiskunde. Hij leert er ook medescholier Joost Belinfante kennen, de latere oprichter van de cultband CCC Inc.
Hij leest graag en veel. Vooral Jan Wolkers en het vroege werk van Hugo Claus maken diepe indruk: ‘dat je met een combinatie van simpele woorden zoveel emoties kunt oproepen’, zou hij later zeggen.

1967-1974

Na het eindexamen gymnasium met, jawel, een 10 voor Nederlands, volgt hij een studie biologie en organische scheikunde aan de Universiteit van Amsterdam, met de intentie om het menselijk bewustzijn te ontrafelen, maar na zijn kandidaats (tegenwoordig bachelor) stort hij zich opnieuw op de muziek en verhuist hij als wasbordspeler van de groep CCC Inc. naar de Peel, waar het gezelschap in een vrijstaande boerderij een commune begint. Ernst Jansz woont er enige tijd samen met zijn jeugdliefde, fotografe en beeldend kunstenares Molly Mackenzie, die de groep enkele jaren uitgebreid zal portretteren. Het is 1970 en de tijd van de flower power.

CCC, free concert voor De Boerderij 1970. Foto Molly Mackenzie

CCC wordt huisorkest van Paradiso, Fantasio en de Melkweg, haalt de landelijke pers als één van de eerste communes en is, als we de affiches mogen geloven, de enige Nederlandse band die op het legendarische popfestival in Kralingen, 1970, naast wereldacts als Jefferson Airplane, Santana, Pink Floyd, Fairport Convention, The Byrds en vele anderen het hoofdpodium mag betreden.
In 1972 leest Ernst Jansz het boek Narziss en Goldmund van Hermann Hesse, hem aangeraden door zijn neef Bert Binkhuysen, die juist Hesse’s eersteling, Siddharta, in het Nederlands heeft vertaald. Het zou zijn leven veranderen.
In 1973 gaat hij samenwonen met Pita Zegstroo en haar dochtertje Eline, dan 1 jaar oud. Een jaar later houdt CCC officieel op te bestaan, en gaat ondergronds.

1975-1984

Ernst Jansz richt samen met Joost Belinfante en Friedrich Hlawatsch (voorheen Frits van Dooninck, geluidsman bij CCC) de Slumberlandband op (1975). De band wordt gecompleteerd met CCC drummer Johnny Lodewijks en bassist Piet Dekker. Josée Kennis doet het licht.

Slumberlandband 1975, foto Jan Bogaerts

Het jaar daarop vraagt Boudewijn de Groot Ernst Jansz om met de volledige Slumberlandband mee te spelen op zijn lp Waar ik woon en wie ik ben en, aansluitend, op een tournee door Vlaanderen. Joost Belinfante bedankt en wordt vervangen door bassist Henny Vrienten, die voor deze gelegenheid gitaar speelt. Johnny Lodewijks brengt hen tijdens de tournee in contact met de reggae. Na de tournee gaat de band, aangevuld met Christian Carron (zang) en, opnieuw, Joost Belinfante (gitaar) verder als een van de eerste Nederlandse reggae-formaties: de Rumbones (1977), met een repertoire dat voornamelijk bestaat uit nummers van Toots and The Maytals.

De Rumbones, 1977

In 1978 richt Ernst Jansz Doe Maar op om zijn droom, het Nederlandse publiek en masse in eigen taal te horen zingen, te verwezenlijken. Nadat Piet Dekker hem heeft voorgesteld aan Jan Hendriks (gitaar) en Carel Copier (drums) is de band een feit.  Na enkele wisselingen (René van Collem en Jan Pijnenburg op drums, Henny Vrienten op bas), zou de band zichzelf in 1984 wegens te veel aan succes weer opheffen.

Doe Maar, afscheidsconcert 1984

De samenwerking met gitarist Jan Hendriks zal echter tot in lengte der dagen voortduren. Ernst Jansz zal ook nog jarenlang met Boudewijn de Groot door Vlaanderen en later ook door Nederland toeren, soms met z’n tweeën, soms in bandverband.

1984-1999

Ernst Jansz trekt zich terug op het platteland en richt zich voornamelijk op het schrijverschap. Van zijn hand verschijnen de novelle Gideons droom en De overkant, een documentaire roman over zijn Indische familie. Tevens houdt hij zich, samen met Jan Hendriks, bezig met het schrijven van TV-filmmuziek. Tijdens opnames voor de NCRV-serie Switch leert hij actrice Jaloe Maat kennen, zijn latere echtgenote. Als producer werkt hij inmiddels met o.a. een herrezen CCC, de cultband Blue Murder en Bram Vermeulen, met wie hij 4 lp’s opneemt en 4 jaar door Vlaanderen toert. Eind tachtiger jaren verschijnt hij samen met Jan Hendriks en zangeres Rieany Janssen weer op de Nederlandse podia met de formatie Rienne va Plus, waarin hij zich verdiept en uitleeft in de (Engelstalige) muziek van de jaren 20-40.

Rienne va Plus 1988

Het is ook rond die tijd, dat hij zich toelegt op het begeleiden van een klassiek zanger en wel uitsluitend met werk van Paolo Tosti (1846-1916), een onbekend Italiaanse liederencomponist, van wie hij partituren op een rommelmarkt heeft gevonden. Dan, in 1997, 10 jaar nadat hij haar heeft ontmoet, trouwt hij met Jaloe Maat, met wie hij inmiddels een zoon (Joch, 1993) en een dochter (Luna, 1995) heeft gekregen.
In 1999 verschijnt zijn eerste solo album De Overkant. Wegens een reünie van Doe Maar, dat 16 keer in een uitverkocht Ahoy speelt, moet het geplande theaterprogramma worden afgezegd. Op De Overkant zijn invloeden te horen van de Indische krontjong-muziek (met George de Fretes als grote inspiratiebron), waarvan Ernst Jansz in zijn latere werk steeds meer elementen zal gebruiken. Maar ook de teksten van Lennaert Nijgh (die hij nog kent uit de zestiger jaren, toen deze manager was van de CCC) zullen hem een bron van inspiratie blijven.

2000-2010

In 2001 wordt een nieuwe versie van het album De Overkant uitgebracht met daarop de videoclip van Een eerste klein verraad en de single Mooie schoenen, de titelsong van de speelfilm De zwarte meteoor en gaat ten slotte de theatertour van start.

Datzelfde jaar verschijnt O mijn lieve Augustijn, een sprookjes cd van schrijver Jacques Vriens waarvoor Ernst Jansz de muziek componeert, en laat ook CCC weer van zich horen met het album Jan, een hommage aan de in 1998 overleden gitarist Jan Kloos. Op deze door Ernst Jansz geproduceerde cd zijn de beste opnames van de jaarlijkse muzikale samenkomsten en optredens van de CCC na 1987 verzameld. Vanaf 1994 begint de band ook weer regelmatig te toeren.
Van 1996 tot 2014 treedt Ernst Jansz op als pianist en bandleider van Boudewijn de Groot. Hij produceert ook 5 van diens live cd’s/dvd’s en het studioalbum Het eiland in de verte (februari 2004).

Met Boudewijn de Groot, 2007, foto Jaap Reedijk

In 2006 verschijnt het tweede solo album van Ernst Jansz, getiteld MolenbeekstraatHet gelijknamige boek, over diens jeugd in de Amsterdamse Rivierenbuurt, ligt sinds september in de winkels en dan gaat ook de theatertournee met beeldend kunstenares Shelly Lapré van start.
In 2007 verzorgt Ernst Jansz de 4 mei-voordracht in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Datzelfde jaar verschijnt een indrukwekkende boxset rond veertig jaar CCC, CCC Inc. 1967-2007, samengesteld door Ernst Jansz: 11 cd’s, een dvd en een fotoboek.
Juli 2008 speelt Doe Maar twee maal in een uitverkochte Rotterdamse Kuip. In 2009 krijgt De Overkant zijn vijfde herdruk [Een zoektocht, boek met cd en dvd].

2010-2018

In 2010 verschijnt Dromen van Johanna, 12 vertalingen van nummers van een andere inspiratiebron, Bob Dylan, [Brieven aan een vriend, boek en cd] en gaat de gelijknamige theatertour van start.

Dromen van Johanna, 2012

Najaar 2012 brengt CCC de cd Jack Owned A House uit, geproduceerd door Ernst Jansz. De band bestaat dan 45 jaar en lijkt, de oorspronkelijke vier leden aangevuld met Jan Hendriks op gitaar en Richard Wallenburg op bas, actiever dan ooit. In 2013 speelt de band op Pinkpop Classic.

CCC 2013, foto Jaap Reedijk

In 2012 verschijnt ook De Doos van Doe Maar, de ultieme verzamelbox, samengesteld door Ernst Jansz, bestaande uit 14 cd’s en 10 dvd’s. Oktober van dat jaar speelt Doe Maar met Symphonica in Rosso 4 keer in een uitverkocht Gelredome en januari 2013 start de band haar Glad IJs Tour. In datzelfde jaar ontvangt Doe Maar een Edison voor het hele oeuvre.
November 2013 verschijnt een speciale, uitgebreide heruitgave van het debuut van Ernst Jansz, Gideons droom, met een cd met krontjongversies van zijn mooiste liedjes, waarmee hij ook gaat toeren. De begeleidingsband, met wie hij nog vele jaren zal samenwerken, krijgt dan de definitieve bezetting: Guus Paat, gitaren, Aili Deiwiks, viool en Richard Wallenburg, bas.

Gideons droom, 2014

In 2016 geeft Doe Maar een tweetal concerten in de Ziggo Dome in Amsterdam en in 2017 speelt de band op een groot aantal festivals in Nederland en België. Datzelfde jaar bestaat CCC 50 jaar en verschijnt een nieuwe door Ernst Jansz samengestelde verzamelbox, CCC Inc. 1967-2017 bestaande uit 13 CD’s, 2 DVD’s en een uitgebreid booklet. In de box ook de cd Jack Owned Another House met nieuwe studio opnames. Ernst Jansz zelf zit dan eveneens 50 jaar in het vak en viert dat met de uitgave van De Neerkant, Kronieken 1970–1980, zijn vijfde boek, waarin hij onder andere de hippiejaren met de CCC en het ontstaan van Doe Maar beschrijft. Zoals al zijn boeken bevat ook De Neerkant een gelijknamige cd, als soundtrack, met 18 voor het overgrote deel nieuwe nummers. Op een ervan zingt hij samen met dochter en componist Luna Jansz: het protestlied Dan huilt mijn hart, over de oorlog in Syrië, waarvan in 2018 een Arabisch ondertitelde clip zou verschijnen.

Als bonus voor de boekuitgave van De Neerkant is exclusief de cd Doe Maar De eerste jaren toegevoegd, een cd met Doe Maar Goes Reggae (Engelstalige reggae covers) en De eerste demo, in totaal 18 door Jansz gezongen Doe Maar nummers uit 1978 (met Carel Copier, Piet Dekker en Jan Hendriks), waarvan 12 niet eerder op plaat verschenen.

Op de foto’s kan copyright rusten.